“Ik wilde ‘dutsen’ helpen die daar lagen en geen leven meer hadden.” In meer dan dertig jaar zou diaken Ivo Poppe (67) uit het West-Vlaamse Wevelgem ‘tientallen mensen’ uit hun lijden verlost hebben. Onder hen zijn eigen moeder, zijn schoonvader en twee ooms. Geteisterd door nachtmerries biechtte Poppe alles op aan een psycholoog. Een agenda met honderden namen, onder wie koning Boudewijn en Toon Hermans, belandde niet veel later bij de speurders van Kortrijk. Het was de start van het opzienbarende onderzoek naar de ‘diaken des doods’. “Mensen doden was eigenlijk een verslaving geworden.”